• www.pixabay.com
  • www.pixabay.com
  • www.pixabay.com

Invalsint op avontuur

Sinterklaas had zijn been gebroken. Lach niet, dat komt voor. Sinterklazen maken afspraken om op of omstreeks de vijfde december ergens te verschijnen. Gaat in verreweg de meeste gevallen probleemloos. Niemand denkt aan het fenomeen 'Reservesint'. Een bankzitter. Wel degelijk nodig! Bleek nu.

Een Sinterklaasverhaal door Ruud van Ling

Het was 5 december. Geen Sinterklaas meer vrij. Alle centrales hadden hun beschikbare Klazen en Pieten ingezet. Deze Sinterklaas werd vanavond in een grote instelling verwacht. Was echter vanmiddag van zijn fiets getuimeld en had zijn dijbeen gebroken. Lag nu in het ziekenhuis, wachtend op een operatie. Zijn paniektelefoontje: kon ik Sinterklaas uit de brand helpen?

Ik had de hele week geklaasd. Soms zelfs drie keer op een dag. 's Morgens op een school vol opgewonden kinderen, 's middags bij een biljartclub, 's avonds een voetbalvereniging. Eigenlijk kon ik eventjes geen staf, mijter, baard of tabberd meer zien.

Maar Klazen zijn als Commando's. Je laat je collega nóóit in de steek. Je zegt geen 'nee' tegen een wanhopige Sint. Ik alarmeerde het thuisfront en kreeg prompt alle medewerking. Mijn pak werd uitgehangen, baard en pruik gekamd, staf gepoetst, grimeerspullen gecontroleerd. Pieten, werd gemeld, zouden reeds ter plekke zijn.


De instelling waar wij ons moesten vervoegen was gelegen in een verre, bosrijke streek. Dergelijke instellingen worden daar altijd ondergebracht. Zo ver mogelijk buiten de bewoonde wereld.

Bij de ingang hield een verbouwereerde portier ons staande. Sinterklaas? Alweer een? Wij waren de derde deze avond. Een bang vermoeden besloop ons. Hoeveel invalsinten waren er opgetrommeld?

De portier ging voor ons bellen. Nu bleek dat diverse afdelingen van het instituut alle een eigen Sinterklaasavond hadden geregeld. Pupillen, bij deze instelling ondergebracht, moesten anders te lang wachten eer zij aan de beurt zouden komen. Dat weer zou mogelijk funest zijn voor de psychische en fysieke gesteldheid van de cliënten.

Ongerust vroegen wij de portier waar wij in vredesnaam waren beland. Het bleek een opvang te zijn voor psychiatrische patiënten waar eigenlijk niemand raad mee wist. Wij moesten zijn in gebouw F. De portier legde ons vriendelijk uit waar dat te vinden was. Wenste ons vervolgens een prettige avond.


Aangekomen in gebouw F werden wij van harte verwelkomd door een Sinterklaas. Het hele gebouw puilde ervan uit. Een begeleider legde ons uit dat dit de enige manier was om de jaarlijkse Sinterklaaskoorts, die al weken heerste en begon in november, enigszins te beteugelen. Allen wilden Sinterklaas zijn. Iedere verpleegde liep de hele dag in vol ornaat rond. In de hal stonden meer dan twintig staffen in de paraplubak. Waar je keek zag je mijters en tabberds op overvolle kapstokken. Zwarte Pieten ontbraken. Men wilde geen tweede garnituur. Je was Sinterklaas of anders niets. Zwarte Pieten, dat was slechts dienstvolk. Daar waren de patiënten te goed voor, daar begonnen zij niet aan.

Gillend, al was het in een boze droom, keerden wij de auto om zo snel mogelijk deze plaats van absolute zinsbegoocheling te verlaten. Wij stuitten echter op een portier die halsstarrig weigerde het hek te openen om ons eruit te laten.

Dat wij de echte Sinterklaas waren vermocht op hem geen indruk te maken. Het hele park, zo zei hij, liep vol met gekken en dwazen die allemaal beweerden dat zij de echte Sinterklaas waren. Hij had strikte orders iedereen binnen de hekken te houden. Er waren al diverse eerdere keren verpleegden weggelopen. De omwonende burgerij was daar niet vrolijk van geworden. Er waren toen in de buurt merkwaardige en vervelende dingen gebeurd. Dus nu bleef iedereen binnen. Dit was een Gesloten Inrichting waar zelfs de politie extra aandacht aan besteedde.


Het duurde tot Kerstmis eer wij konden bewijzen dat wij niet min of meer ernstig verward waren. Op voorspraak van de geneesheer-directeur mochten wij uiteindelijk vertrekken, al gold het hier een begeleid tijdelijk proefverlof met enkelband.

Wij begonnen trouwens erg op te vallen als enige Sinterklaas te midden van een groeiend aantal Kerstmannen. Hun vrolijk 'ho ho ho, Merry Christmas!' begon ons op de zenuwen te werken.

Opgeruimd deed de portier hek en slagboom open en wuifde ons uit. 'Jullie moeten vooral eens terug komen in de Paastijd!' lachte hij. 'Da's best een leuk gezicht. Allemaal hazen met mandjes op hun rug. Door het park lopend om eieren te verstoppen. Die dan door andere hazen direct weer gevonden worden.'

Al is de nood nog zo hoog gestegen, al is er geen Sinterklaas meer te vinden in het hele land, ik val nooit meer in!


Uit de Sinterklaasverhalenbundel: Vijftig Keer Sinterklaas.