• Pixabay
  • Pixabay

Een paasverhaal: eieren met een ander smaakje

Een verhaal over de restanten van een voorbijgesneld verleden, over het inmaken van sperziebonen, Keulse potten, glazen weckpotten met bramen op brandewijn én over een paasontbijt en kippen die van de leg zijn. Een paasverhaal dus. Door Ruud van Ling

Er waren nog niet zoveel conserven, een halve eeuw terug. Dus er werd ingemaakt en geweckt. Of op inmaakbrandewijn gezet. Inmaken ging in het zout, jodiumvrij. In van die grote bruine Keulse potten. Je ziet ze nog wel een enkele keer in een kringloopwinkel.

Laatste restanten van een voorbijgesneld verleden. Meestal zijn ze beschadigd. Een oor eraf, een gat erin, of een barst. Niet meer te gebruiken.

Sperziebonen en snijbonen maakten we in. Andijvie ging ook nog wel, maar ging toch spoedig smetten en werd dan een vieze groen-bruine derrie, die we uiteindelijk maar weggooiden. Slechts na taai verzet van moeder, die het verspillen van voedsel een onvergeeflijke zonde vond, na de Hongerwinter.

Wecken was een kunst apart. Speciale glazen weckpotten met rubber ringen, een weckketel, voorkoken of blancheren, als het niet goed geschiedde (potten smerig, niet heet genoeg gestookt) kon ook de inhoud van de weckpotten na verloop van tijd zó de vuilnisbak in. Oma zette aardbeien, bessen, bramen, peertjes, appeltjes en ander fruit op inmaakbrandewijn. Dat fruit kwam bij ons vandaan, we hadden zat.

Inmaakbrandewijn is vandaag de dag soms in de betere slijterij nog te verkrijgen. Het fruitmengsel ging gisten in de potten of flessen, als er lucht bijkwam. Het alcoholpercentage ging dan met sprongen omhoog. Er ontstond druk in de flessen. Wij hadden van oma een aantal flessen met bramen op brandewijn gekregen. Die werden op wandplanken in de kelder gestald.

Vader had kort daarvoor die kelder zorgvuldig opgeruimd en netjes gewit. Hij was er weken mee bezig geweest. Hij had er zelfs elektrisch licht in aangebracht, een luxe! En zo werd het Pasen.

Wij zaten aan het paasontbijt, toen de eerste knal ons opschrikte. Het kwam uit de kelder. Een plank die naar beneden gestort was? Toen nog een knal, en nog een. Gevolgd door een onheilspellend gesis.

Vader inspecteerde de kelder. Het bleek een ravage. De flessen met ingemaakte bramen bleken geëxplodeerd. Dikke rode vlekken en spetters op de hagelwitte wanden: die zijn er later nooit meer uitgegaan, ondanks kilo's witkalk.

Hoe nu verder? Weggooien deed je in die tijd slechts in uiterste nood. Alles werd altijd bewaard, eindeloos versteld of gerepareerd. Het begrip 'oud' ontstond pas na 1965. Daarvoor was iets nooit te oud.

Dus zochten wij de bramen bij elkaar, scheidden deze van de glasscherven en de weggeschoten doppen, en wierpen de bramen in de kippenren.

Wij hadden destijds, zoals velen met ons, kippen voor de eieren (en de soep) en konijnen voor de bout, alsmede een enorme groentetuin.

Vlees was in de jaren '50 waarover ik nu schrijf uiterst prijzig. Aardappelen werden zelf verbouwd, en ingekuild.

Iedereen had veel 'eigen teelt': bloemen (dahlia's) uit eigen tuin, latyrus, zonnebloemen, uiteraard groente en fruit.

Selfsupporting was nog een nieuw woord, maar wij waren het toentertijd zeker.

De kippen aten met graagte de hen toegeworpen bramen. Ondertussen redderde vader mopperend de kelder, schimpend op de ziekelijke drang alles maar zo lang mogelijk te bewaren en te koesteren.

Want ja, de welvaart begon aarzelend aan een eerste opmars, er kwamen meer luxe goederen in de winkels.


Op zeker moment in de late namiddag merkte mijn moeder dat er wel érg veel mensen naar onze achtertuin stonden te kijken.

Nieuwsgierig liep zij de tuin in. En zag onze kippen, bruine
Barnevelders en witte leghennen, plus een paar forse Noord-Hollandse blauwen, stomdronken (naar later bleek) door de ren waggelen.

Onze trotse haan, de wekker van de buurt, lag volkomen uitgeteld in een hoek van de ren. Sommige kippen probeerden het nachthok met daarin de legnesten te benaderen via het loopbruggetje, maar vielen er steevast vanaf.

Het was een komisch en tegelijkertijd triest gezicht.

Beneveld pluimvee, uitgerekend bij ons! Moeder, economisch ingesteld, berekende fluks of dit voor de eierenomzet kwaad kon. Want de halve buurt kocht eieren bij ons.

De kippen waren enige dagen van de leg, echter hervatten hun arbeid spoedig en leverden hun eieren.

Al zeiden sommige klanten, onwetend van het paas-bacchanaal, dat de eieren tóch een ander smaakje hadden.

Niet onsmakelijk, maar toch.... Moeder weet dit aan verandering van voer.


Dat was niet geheel onjuist, want zeker in de Paastijd mag een mens niet liegen.